Gebruik antivirale middelen

Jaarlijks worden steeds meer hepatitis B patiënten behandeld en sinds de vergoeding van de zeer effectieve Direct Acting Antivirals (DAA’s) in november 2014 neemt ook het gebruik van antivirale middelen tegen hepatitis C toe.

Informatie over het aantal gebruikers van geneesmiddelen is verkrijgbaar via het Genees- en hulpmiddelen Informatie Project (GIP) welke onderdeel is van Zorginstituut Nederland. Zij verzamelen systematisch gegevens over de ontwikkelingen in het gebruik van geneesmiddelen (Farmaceutische zorg) en hulpmiddelen (Hulpmiddelenzorg). Een groot aantal zorgverzekeraars stelt de gegevens aan het GIP ter beschikking. Vervolgens controleert het GIP deze gegevens en corrigeert deze zonodig.

In de tabel staan de antivirale middelen die zijn gebruikt voor het overzicht van het aantal hepatitis B en C patiënten die zijn behandeld in de periode 2009-2015.

 

Antivirale middelen chronische hepatitis B en C

Middel Toelichting
Hepatitis B
1e generatie Lamivudine Enkel de dosering van 100 mg is meegeteld (hogere doseringen worden voor de behandeling van hiv infecties gebruikt).
2e generatie Adefovir
  Telbivudine
3e generatie Entecavir
Tenofovir Het aantal hiv patiënten dat volgens de Stichting HIV Monitoring tenofovir gebruikt is van het totaal afgehaald.6
Hepatitis C
1e generatie Peginterferon Tot 2015 werd peginterferon altijd in combinatie met ribavirine gebruikt, daarom zijn alleen ribavirine gebruikers geteld. Geteld werd tot en met 2015.
Ribavirine
2e generatie Telaprevir Niet meegeteld in het totale gebruik, omdat ze in combinatie met peginterferon-ribavirine werden gebruikt.
Boceprevir
3e generatie Simeprevir Niet meegeteld in het totale gebruik, omdat ze bijna altijd in combinatie met sofosbuvir worden gebruikt.
Daclatasvir
Sofosbuvir Geteld werd vanaf november 2014.
Dasabuvir Niet meegeteld in het totale gebruik, omdat het altijd in combinatie met ombitasvir/paritaprevir/r wordt gebruikt.
Ledipasvir/sofosbuvir Geteld werd vanaf november 2015.
Ombitasvir/paritaprevir/r Geteld werd vanaf oktober  2015.


Noot: Elbasvir/grazoprevir en sofosbuvir/velpatasvir worden per januari respectievelijk april 2017 vergoed en zijn nog niet in de telling opgenomen.

Hepatitis B

Jaarlijks worden steeds meer HBV patiënten behandeld. Het gebruik van 1e en 2e generatie medicijnen neemt af en het gebruik van 3e generatie middelen entecavir of tenofovir  neemt toe. In 2015 werden 3779 HBV patiënten behandeld, dit is ongeveer 9% van het geschatte aantal van 40.000 chronische HBV dragers in Nederland. Tenminste 25% van alle chronische HBV dragers behoeft waarschijnlijk antivirale therapie. Bij deze aanname lijkt een substantieel deel van chronische HBV dragers nog niet in optimale zorg.

graf1

Hepatitis C

Vanaf 2009 tot en met 2012 werden er jaarlijks ongeveer 1000 HCV patiënten met peginterferon-ribavirine behandeld. In de jaren 2013-14 nam dit aantal af. In 2015 worden veel meer patiënten behandeld (n=2000) wat te verklaren is door het beschikbaar komen van vergoeding voor de nieuwe DAA’s. In vergelijking met peginterferon hebben deze middelen een kortere behandelingstijd, minder bijwerkingen en zijn veel effectiever.
Even belangrijk als het grotere aantal behandelde patiënten in 2015 is dat de effectiviteit in de viruseradicatie steeg van ongeveer 50% tot >90% met de komst van de nieuwe DAA’s. In de 6 jaren 2009-2014 zijn totaal 2699 patiënten genezen, in 2015 stijgt dit totale aantal naar 4427. Er zijn naar schatting 21.000 chronische HCV dragers; vanaf 2009 is ongeveer 21% genezen. Nederlandse richtlijnen geven aan dat iedere chronische HCV drager eradicatie therapie moet krijgen. Ook bij HCV  krijgt nog een substantieel deel van de patiënten nog niet de zorg die mogelijk is.

graf2

Bronnen

Hofman R, Schalm SW, Richardus JH. Hoeveel hepatitis B en C patiënten zijn er al behandeld in Nederland? LEVER 2017; 41: 11-2.

GIP / Zorginstituut Nederland. 2017.